zaterdag 6 april 2013

Stupid

Uit: Knots, van Ronald D. Laing:

Jill: You think I am stupid
Jack: I don't think you are stupid
Jill: I must be stupid to think you think I'm
stupid if you don't: or you must be lying.
I am stupid every way:
to think I'm stupid, if I am stupid
to think I'm stupid, if I'm not stupid
to think you think I'm stupid, if you don't

Jill: I'm ridiculous
Jack: No you are not
Jill: I'm ridiculous to feel ridiculous when I'm not.
You must
be laughing at me
for feeling you are laughing at me
if you are not laughing at me

;-)

maandag 23 juli 2012

Mindless

Omdat ik geen trendsetter maar een trendwatcher ben - en dan bedoel ik dat ik van een afstandje argwanend naar elke nieuwe trend of hype kijk - ben ik mij als laatste der mohikanen gaan verdiepen in de mindstyle-trend die mindfulness wordt genoemd. Mindfulness gaat uit van de intuïtieve notie dat elk ogenblik het enige is dat je hebt. Er is alleen het nu. Het verleden is slechts een herinnering die je nu hebt en de toekomst is een verwachting die je in dit ene ogenblik koestert. En omdat je nu leeft, in dit ene ogenblik, is het goed om je aandacht daarop te richten. Als je dat doet, dan leef je met aandacht voor wat er is.

Een mooi streven, als je het mij vraagt, maar op sommige momenten mooier dan op andere. Want als ik alleen dit ene ogenblik heb, dan val ik steeds volledig samen met wat ik nu ben. Op dit moment is dat prima wat mij betreft en ben ik niets dan een schrijvende mens. Maar ik moet bekennen dat ik sinds dit inzicht nog niet naar de WC heb durven gaan, want wie wil er nou in dat ene ogenblik dat er is een poepende mens zijn?

zondag 26 februari 2012

Droste-gedicht

Voor mij vandaag
Liever geen gedichten die
Beginnen met vandaag
Voor mij liever
Geen gedichten
Die beginnen met
Voor mij vandaag
Liever geen gedichten die
Beginnen met vandaag
Voor mij liever
Geen.

Gelukkig is dit zo'n gedicht niet.

zondag 28 augustus 2011

Ode aan mijn kapper


Volgens Coos, mijn kapper, bestaat er geen moeilijk haar. Alleen slechte kappers. Nonchalant knipt hij mijn weerbarstige, weerborstelige haar in iets dat zowaar op een model begint te lijken. Bij Coos komt er geen klemmetje aan te pas. Met een arm achteloos bungelend langs zijn in zwarte spijkerbroek en t-shirt gehulde lijf knipt hij hier en daar, schijnbaar willekeurig, plukjes haar weg. Doeltreffend. Een man die zijn vak verstaat. Bij Coos verlaat iedereen glimlachend de zaak, is het niet vanwege zijn sterke verhalen over sigaren (en de beste websites om ze te kopen), omkoping aan de Russische grens, de beste bakkers van Nederland of zijn korte carriere als helikopterpiloot, dan wel na een blik in de spiegel. Haren maken de vrouw. En niet te vergeten de man. En bij Coos worden haren na knipwerk kunst. Zelfs de mijne, die eerder nooit eerder door iemand getemd konden worden. Ongewenste krulletjes worden vakkundig weggeknipt (“wat is daarmee gebeurd? Gesneden zeker. Nooit snijden, zulk haar”). Imperfecties gladgestreken. En het meest bewonderenswaardig: na een knipbeurt bij Coos hoeft de vraag ‘hoe krijg ik in hemelsnaam zelf mijn haar in model’ niet meer gesteld te worden. (“Gewoon met het haar meeknippen, dan valt het vanzelf goed”).

Ach, waren alle mensen maar zoals Coos. Kappers, maar ook bakkers, kleermakers, psychologen, chirurgen, loodgieters. Ik zou zonder aarzelen mijn haar, maag, garderobe, ziel, lijf en gootsteen aan hen toevertrouwen, achterover leunen en erop vertrouwen dat alles goed kwam.

woensdag 3 augustus 2011

Beter goed gejat...


Vandaag werd mij zomaar dit Gedicht voor dokter Trimbos in herinnering gebracht. Alledaags maar ongemeen grappig:

'Goedkope wijn, masturbatie, bioscoop' schrijft Céline.
De wijn is op, en bioscopen zijn hier niet.
Het bestaan wordt wel eenzijdig.
Gerard Reve, Nader tot u, (1966)

maandag 21 maart 2011

O, o champagnerie

Als de dag zoetaan aanzwart
En aan de einder de pluimen witte rook
– die ons als trouwe metgezellen loddig toewoven –
In de Nijmeegse nacht verdwijnen

Als wij aan het eind van ons Latijn
De paardenharen penselen neervlijen
Waarmee we bedrijvig monumentale
In gerecycled papier gebonden bundels finetunen

Als zelfs onze vergrijzende massa aanstormend talent
Kwijnend onder doorwrochte nog onbedachte ideeen
Achter zijn ledverlichte schermen
Onrustig op en neer begint te vrijen

Ofwel, als onze godgelijkende vermogens tot het uiterste zijn gepijnigd
Waarheen toogt dan ons vermaledijd lijf?

Niet naar nuffige etablissementen
Waar kortgerokte oberessen dreinen
Die zoetgeschaafde coctails bereiden
Of turfdoortrokken whisky in bekerglazen
Ongevraagd gesouffleerd door bite-loze spijzen

Niet naar kwastige kroegen
Waar nietbespraakte kelners vertwijfeld
Maar met zoetgevooisde tongen wijn aanprijzen
En die uitschenken in pootloze glazen
Waar ongebliefd priemsels ijs in drijven

Neen

Wíj laven ons loos aan Methusalem
Zestien treeën boven het plaveisel
Waar Bacchus ons verleidt onder waarheidsgetrouwe voorwendselen
Van bruut bruisend vocht in cherubijnen refraîchissoirs
En rijpe millésimé’s in kristallijnen karaffen
(of in plastieken bekers, maar een kniesoor die er op let)

Daar dichten Nijmeegs libertijnen
– als geborneerde blauwkousen –
De lof van (bijna) dode denkers
En spinnen lichtvoetig bubbelend ragfijne kathedralen
Van bijkans rijpe hersenkronkels

Totdat na hun zielen ook hun lijven verzadigd neerzijgen
Als verliederlijkte drenkelingen
Of strandgapers die willoos in de branding drijven

Pas dan is het tijd ons zware corpus te lichten
Achterlatend ons lijdend voorwerp
Met haar geheimvol hert

O, o Champagnerie.